Midden september opstarten op het werk? Met goede hoop begon ik aan, wat ik dacht dat het laatste deel van het traject zou zijn… Nog 2 weken ruimte zonder kinderen thuis. Ik krijg mezelf wel weer aan kant tegen 14 september. Natuurlijk!
De school start op. De eerste week hol ik nog: de ene moet nog turnpantoffels, de andere nog kaftpapier,… En toen… toen werd het stil in huis. Stil. Ongelooflijk stil. En ik? Ik ging vol op de muur… Opnieuw. Maar deze muur leek nog harder dan de muur die ik begin maart tegen kwam. Ik dacht dat er in maart al geen kussentje meer voor lag. Maar oh… deze is hard. De muren zijn me niet goedgezind. Want ook de 4 muren thuis, komen plots enorm hard op me af. Ik kan niet thuis zijn. Ik wil niet thuis zijn. Ik wil ook niet buiten zijn. Overal is het stil. Ik wandel niet. Ik loop. Maar om te lopen heb je je hele longen nodig. Ik adem hoog. Dus ik kan amper wat lopen. Ik weet met mezelf geen blijf.
Opnieuw naar de dokter? De gemakkelijke weg was: maandag gaan werken. Geen confrontatie bij de dokter. Gewoon… doen wat moet. Werken. Hoe kan ik werken, als tranen zo hoog staan? Als ik zo enorm moe ben? Wat ben ik moe en erg onrustig. En het is ook zo donker. Ik heb gedachten die ik dacht dat ik nooit zou hebben. Donker. Zwart. Echt gewoon gitzwart.
Het voelt als een moeras. Ik doe zo mijn best om er van weg te bewegen en ik word alleen maar vaster gezogen. Ik heb geen energie meer om hier tegen te vechten. Ik ben geen meter vooruit. Niks. Nihil. En ik ben al de volle 6 maanden thuis! Echt, Moons?! Heb je dan nog niets gesnapt van deze les? Niets geleerd? Niets veranderd? Echt…?
Ik miste opnieuw een deadline. En wat is deze moeilijk om een plaats te geven. Nee, ik liet weten dat ik er een goed oog op had. Deze mis ik niet! No way! Of toch? Jawel. Gefaald. Again. En hoe? De dokter laat me in 2020 niet meer werken. De tranen waren er al bij het binnenkomen, want toegeven dat ik opnieuw faal, valt me zwaar. Corona strooide roet in het eten. Ik deed wat ik altijd al deed. Ik ging gewoon door. De dokter luistert. En van zodra hij “het verdict” uitsprak, kon ik niet meer praten. Ik ben boos… op de dokter, maar vooral op mezelf.
Nu ligt er een zee open. Een zee van ruimte. Een zee van tijd. Een zee van stilte. En die stilte is te luid. Al mijn werven liggen open. Het is teveel. En toch ben ik blij met de zee… deze had ik nodig in maart. En ik ben heel verdrietig dat ik deze zee in maart niet kon nemen. Want laat nog maar eens weten dat je niet snel komt werken. Laat nog maar eens collega’s in de steek. Laat nog maar eens weten dat je er nog niet bent. Waar? Goh… ik zie niet meer waar mijn stip op de horizon is. Het maakt me bang. Ik zal misschien nog een tijdje in het moeras vast zitten. Niet meer tegen stribbelen, is dan de juiste strategie. Ik hoop dat ik daar snel aan kan toegeven…
