Menu Sluiten

Zoektocht

Nog steeds proberen energie op te bouwen. Proberen te herstellen. Proberen vooruit te gaan. Proberen de deadline te halen om weer te gaan werken. Goh, dat wil ik al een tijdje. Een tijdje… dat is een eufemisme. Och… proberen. Ik ken maar 1 manier om hier mee om te gaan. Gewoon doen wat ik altijd al deed… en dat is doorgaan. Knalhard doorgaan. Dat is de weg die ik ken. Goed ken. En toch zal ik dat nu niet doen. Dat is niet de weg die ik wil bewandelen. Dat is niet mijn weg. Wat is het dan wel? Gemakkelijk, hoor ik mezelf denken: stoppen met proberen en vooral niet knalhard doorgaan.

Dit gebeuren maakt me neerslachtig. Ik ben geen neerslachtige. Ik ben de positivist. De enthousiasteling. Die woorden zijn op mijn lijf geschreven. Niet nu. Het vlammetje is uit. En dat vind ik moeilijk.

Weet je wat? Misschien weet ik nu wel (ettelijke maanden na de feiten) wat ik nodig heb. Stilte. Gewoon stilte. Misschien wist ik dat op 12 maart ook wel: “zet even je prioriteiten op een rijtje” weerklonk het toen. Stilte. Terwijl de scholen toegingen en het thuiswerk begon. Stilte? Dat zat er niet in. Ik hoor je denken: dan zorg je er toch voor dat je die krijgt? Gemakkelijk, toch! Ik vind het niet zo gemakkelijk om mezelf op de eerste plaats te zetten. Ik zorg er eerder voor dat iedereen zijn plekje vindt. Zeker in die gekke Corona-periode toen. Mijn plekje was: mama, juf, huishulp, kok, creatieveling à la scoutsleider, en liefst betekende ik nog iets voor de maatschappij ook (mondmaskers maken of zo). You know the drill. Zoals bij iedereen, denk ik dan. En jullie werkten er dan ook nog eens bij. Wat heb ik te klagen?! Er moest nogal veel… van wie, vraag je? Goede vraag. Was er een andere weg? Opnieuw eentje die ik niet ken.

Eind juni dacht ik er te zijn. Ik dacht: nu is het nog 1 rechte lijn naar boven en ik ben weer de oude. Ik ging dan ook eind juli terug men gekende strategieën toepassen: gas geven. Gaan. In volle competitie met mezelf. Net wat ik niet wilde… juist. Maar ik ken de andere weg niet. Wanneer zelfs echte vakantiedagen slopend worden. Nog snel iets links doen. Ook wat rechts. Snel vooruit met nog achteruit grijpend een moetje pakkend dat ook nog wel kan gedaan worden. En dan trots zijn. Trots dat ik het toch maar allemaal gefixt kreeg. Sneller dan ik in mijn hoofd had. Enkel dan kan ik trots zijn op mezelf. Het gevolg: kapot. Tranen. Leeg. Een dagje waar ik een jaar geleden mijn hand niet voor omdraaide, leek nu een niet te beklimmen berg. Obstakels genomen. Opnieuw vol tegen de muur. Doordat ik vorig jaar die dagen vlotjes afhandelde, met nog allerhande andere tussenstopjes tussendoor, maakt dat ik vandaag sta waar ik sta. Uitgeblust. Burned out. Ik beken… tranen.

Ik kan de wereld niet meer aan. De wereld. Die moet ik helemaal niet aan kunnen, toch? Mijn wereldje is misschien genoeg. Ik ben pas verantwoordelijk als ik draag wat van mij is. Ik ben maar het brave meisje, als ik draag wat niet van mij is. Al lijk ik dan sterk, met de rugzak van de andere op mijn rug. En wat ben ik graag de sterke. Maar ik ben net niet sterk met de andere zijn rugzak op mijn rug. Integendeel. Teruggeven. Dat deed ik al. Dat doe ik misschien gaandeweg nog wel meer dan ik denk. Dit meisje gaat met haar eigen rugzakje de wereld in. Al voelt dat nu als een enorm goed gevulde rugzak.

Ik wil het gewoon zo goed doen. Heb er anderen voor nodig, die me zeggen dat ik een perfectionistisch trekje heb. Ik? Perfectionist? Ik doe bijna alles snel snel. Niets is tot in de puntjes verzorgd. Een kinderfeestje heeft nooit een thema. De cupcakes zijn nooit elegant versierd. De presentatie met die deadline, lijkt zo vaak tussen de soep en de patatten gemaakt. Niks… niks is AF. En daarbij kan ik den boel den boel laten. Later trek ik wel een spurtje en ligt het aan kant. Klaar. Perfectionist? Ik? Er volgen wat oordelen. Ik ben a wanna be perfectionist, met tijd, kennis en kunde tekort om het perfect te doen. Een perfectionist in hart en nieren dus, waar je niets van aan de buitenkant ziet. Oh zucht… nog iets in die rugzak dan maar?!

Hoe kan ik trots zijn op… op een taakje dat langere tijd krijgt om af te geraken. Op een niet versierd cupcakje. Op een presentatie met een hoekje af… Gewoon op mezelf, en niet omdat ik in een of andere onzinnige competitie met mezelf ben verstrikt geraakt. En ik vooral van mezelf wil winnen. Maar oh man, wat win ik graag! Al voelt het nu alsof ik erg aan het verliezen ben.

De essentie? Ik zoek paden om te bewandelen die ik niet ken. En ik probeer die paden zo hard te zoeken. Ik wil ze zo graag vinden. Ik word er zo ongelooflijk moe van. Moe… moe van proberen. Geef jezelf toch over. Dat is het beste advies dat ik mezelf de laatste dagen gaf. Hoe? Met het antwoord op de juiste vragen, weet je toch waar je op vast loopt en vind je dat fel gezochte pad. Eitje. Oh… waarom is dat zo een struggle?!

🎶 Witsand 🎶 van Stef Bos