Ik speel basketbal van toen ik in de kleuterklas zat. Ik ben gestart onder leiding van Karel VDW, die me meer dan de basis leerde. Sport is eigenlijk fantastisch. Je leert er zoveel door. Zo leerde ik ook dat slagen op iemand omdat die nu eenmaal goed verdedigt, geen zin heeft 🙂 Karel was niet boos. Zittend op zijn knie, werd ik getroost. Nooit sloeg ik nog. Terugpakken, dat doe je door harder te werken, meer inzet te tonen in defense, goeie passen te geven,… door gretigheid. Wat was ik pittig. En dat ging niet over. Zo werd ik ooit “truck chauffeur” genoemd door de supporters van de tegenpartij. Niet omdat ik unfair speelde, wél omdat ik gretig was. De rebound moest voor mijn team zijn.

Toen mocht ik een keertje meedoen met de Senior Dames. Wat een eer, wat een zenuwen, wat wilde ik het goed doen. Wat leerde ik veel van de dames (op en naast het veld). Ook die coach speelde en cruciale rol. Tot op vandaag zou ik daar naartoe kunnen stappen, als ik in de problemen zit. Daar ben ik zeker van. “Pannenkoek”… dat mag maar 1 iemand tegen me zeggen. Wat kon ik daar kwaad van worden als hij dit riep. En nu… nu zou ik zo graag hebben dat hij “pannenkoek” tegen me roept, terwijl ik op het veld sta.
Op het veld ben ik geen mama, geen vrouw van, geen… Nee, dan is er alleen het team en de coach. Want hoe hard de supporters ook roepen, de stem van de coach, pik je er zo uit. Er zijn coaches die me raken. Tot op vandaag.
Heerlijk! Tot ik op 15 april 2017 door mijn knie ging. We speelden tegen Brasschaat en de match was nog maar 3 minuten gestart. Ik draaide naar de goal. Mijn lichaam was weg, maar mijn knie was te traag. Daar lag ik. Toegegeven, ik lag nogal veel op de grond tijdens matchen, maar deze keer was het anders. Hoofd alle kanten op. “Neeeee, het is mijn knie”. Vooruit stappen kon ik nog. Draaien niet meer. Dat was tot op heden mijn laatste match. Samen met een paar van mijn ploeggenoten, hebben we het die avond bont gemaakt op de Spoed afdeling. “Niks ernstigs”, was het verdict, “even bewegen tussen de pijngrenzen en het betert wel.” Pijngrens… onozel woord, toch?! Want wat is pijn?

3 mei volgde er toch nog een MRI, want iets klopt er niet. Met die MRI trok ik naar een specialist. Een specialist gekend door de kinesist én de enige waar Professor Dokter voor staat bij een ziekenuis dat zijn strepen heeft verdiend bij sporters. Uit de MRI en wat ik nog met mijn knie kon doen, besloot de specialist dat de kruisband verrokken lijkt. De komende maanden ging ik intensief aan de slag bij de kinesist. Mijn baskettraining werd vervangen door 3 keer in de week sporten. Initieel was dit fun! Personal coaching. Dat klonk in mijn oren nog niet zo erg. Het seizoen lag ook stil, dus streefdoel: mee opstarten in augustus. Die trainingen liepen toch niet van een leien dakje, en op 31 augustus bepaalde de specialist dat er toch een operatie nodig was. Ofwel 2 dagen later opereren ofwel vrijdag 13 oktober. Ik moest mijn werkgever de tijd geven om zich te organiseren dat ik er toch een aantal weken niet zou zijn. We planden de operatie vrijdag 13 oktober 2017. Ik herinner me dat ik donderdag 12 oktober laat op het werk vertrok, met tranen, omdat er nog zoveel moest gebeuren. Vrijdag naar het ziekenhuis. ’s Morgensvroeg nog een lachende foto aan de ingang, inschrijven en wachten op de operatie. In de blok waar ik lag, was een blokje rond een binnentuin. Geen idee hoeveel keer ik die dag dat blokje rond gewandeld heb. Alsof ik stil ging liggen in dat bed. Daar ben ik niet voor in de wieg gelegd, hoor. Tegen 17u belandde ik op de operatietafel. Ik had een post-itje geplastificeerd met een merci-ke erop geplakt. Ik wilde een lach op de dokter zijn gezicht kunnen toveren. Hij verdient die lach ook.

Ik herinner me dat ze in een voorraadkamertje al even een epidurale in mijn lies staken “want het is toch een pijnlijke operatie waar je voor staat, mevrouw”. Euhm… what? Daar en dan besefte ik pas wat er ging gebeuren. “O-ow, ik word echt geopereerd.” In de OK worden mijn armen vastgemaakt, mijn knie wordt in een beugel gelegd… oh come on, die me toch ook gewoon in slaap. Eerst moest de dokter nog komen voor dat verplichte handje en de vraag “linker knie, juist,”. Ok, off I go to wonderland.
Ik word wakker in de recovery. Tranen rollen mijn ogen uit. Een ongelooflijk lieve verpleger merkt meteen dat ik wakker word, en zegt “je hebt pijn,hé. Ik geef je wat pijnstilling bij.” Blij dat ik niet kon tegenpruttelen. De man over me werd iets minder rustig wakker dan ik. Het was een Engelsman die het uitriep “I’m in pain. You promised me I wouldn’t feel pain. And I’m in pain! I need to pee.” De man verzette mijn zinnen, en de verpleger bleef bij mij al goed ongelooflijk kalm. Ik was de laatste die de recovery verliet, samen met de poetsvrouw.
Raymonda wachtte me op in mijn kamer. Ze was mijn roommate. Een dame van 78 jaar, die maar al te graag een babbeltje deed. Ik ken haar levensverhaal. Je kent me. Ik stelde dan nog met oprechte interesse veel vragen bij. Om 22u30 kreeg ik wat te eten en drinken. De verpleger vroeg me wat ik graag wou: koffie of thee. Oh slappe thee met veel suiker om op krachten te komen. Een droom. Ik had het lef dat ook te vragen. Die thee, daar en dan, speciaal voor mij klaar gemaakt, was de thee die me het beste smaakte. Die nam ik met tranen in ontvangst. Zo lief! Na een dagje niks eten, smaakte dat heerlijk. Daar was de nacht. Alsof ik wou slapen. Alsof Raymonda wou slapen. We praatten tot middernacht. Toen besloten we samen dat het zinvol was om te slapen. Om 3u werd ik wakker van de pijn en ging ik aan het schrijven. Ik schrijf dan wat bij elkaar hoe de dag was verlopen, hoe laat ze me kwamen halen, hoe laat ik weer op de kamer was, hoe lief die verpleger was op de recovery, hoe heerlijk die thee smaakte. Ik viel in slaap. ’s Morgens ontbijt, maar wat had ik een pijn. Ik had de baxter verstropt die in mijn elleboog zat. Oh ja, ik had lang geschreven en de pijnstilling kon dus niet stromen. Grmbl. Ze prutsen aan de baxter. Na 10 minuutjes komt ze opnieuw controleren: de baxter stroomt nog steeds niet. Dus spuit ze de baxter door en verdwijnt. Ik word meteen onwel en bel zodat ze terug kan komen. Ik zie witter dan wit. Ze besluiten de baxter te verwijderen. Oef! Maar een pijnstilling krijg ik pas na een half uur, want “je voelt je niet goed. Het zou jammer zijn dat je de medicijnen niet binnen kan houden.” Grmbl. Na een half uurtje krijg ik pijnstilling en kan dat ontbijt er aan geloven. Lekkerrrr! En dan mag het drukverband er af en maken ze de boel wat proper. Weet je? Je mag me pijn doen, maar prul niet aan mijn lijf,hé. Ik voel mijn bloeddruk al een duik nemen. “We gaan ineens de drainages verwijderen, mevrouw. Het enige wat jij moet doen, is bij ons blijven.” Haha… moeilijke opdracht. Zeker als er conversaties volgen als “amai, ze hebben die drainages wel goed vastgemaakt. Waarom doen ze dat toch zo vast?”, een snok verder voel ik het bloed stromen. Ok, oef, die is er uit. Lang verhaal kort: bloeddruk schommelde wat die voormiddag, en ik vertrok met het GSM nummer van Raymonda uit het ziekenhuis, zodat we elkaar nog wat konden horen. Typical me. We hebben elkaar dus effectief nog een paar keer gehoord. En nu… hoe zou het met haar zijn?

Goh, ik ben afgeweken. Mijn kruisband bleek helemaal doorgescheurd te zijn, en ook mijn meniscus was gescheurd. “Goed dat je uw lichaam zo goed kent, mevrouw, anders had uw knie een rommeltje geweest. Had je dit voorgehad toen je 18 jaar was, had er veel meer schade geweest.” Love my lijf! Na de operatie volgde opnieuw intensief werken bij de kinesist. Een MRI in maart toont aan dat de operatie goed is geslaagd en dat de revalidatie goed loopt. De laatste kinébeurt in april 2018 voelde ik iets schieten. De volgende dag had ik een knie vol vocht. De kinesist was niet niet van mij vanaf, en ook niet andersom. Nog een MRI en een bezoekje bij de specialist, leert me dat de meniscus toch verder is doorgescheurd. “Pech, mevrouw. Ik had misschien een stukje extra meniscus kunnen wegnemen bij de operatie, maar nu heeft dat stukje toch steun gegeven, waardoor je kruisband nu enorm sterk is.” Het is omdat meneer de specialist vaak zei atleten, zoals jij, dat hij wat krediet had opgebouwd. Pech. Ok. I’ve got this. 31 mei 2018 belandde ik opnieuw op de operatietafel. Met de lach. Het steken van de baxter lukt niet meteen. Weer wat witter dan wit. I knew the drill. Wakker… geen overnachting deze keer. Maar deze positivo had gehoord “Een operatie aan de meniscus, dat is iets van niks. Dat is veel minder erg dan je vorige operatie.” Dus wat had ik tussen mijn 2 oren gestoken: ik huppel buiten. Niets was minder waar. Weer wakker met pijn, weer dat giga zware been, dat niet leuk aanvoelt. Grmbl.

Soit, de MRI in november 2018 laat me weten dat alles goed is. En toch, heb ik pijn. Ik moet een Biodex meting laten doen. En een andere kinesist moet hulp bieden. Dit is 1 zinnetje, maar zeg maar eens tegen je kinesist waar je je kind aan huis voelt, dat je elders gaat. Veel tranen verder, mag ik ‘opnieuw beginnen’. Zo lijkt het toch voor kinesist 2. Want die Biodexmeting (30 januari 2019)? Daaruit bleek dat mijn hamstrings links 43% zwakker waren dan rechts. De kinesist vroeg het enthousiasme dat ik al op had gebruikt. Ik begon niet opnieuw. Dit is geen start. You know what. Hij kreeg er een mot voor. Ik ben al wel 1,5 jaar aan het werken aan die knie. Dus ik begin niet opnieuw. Hij kon het verdragen. Ik sloeg met liefde. Ik ben er ook een keer gaan lopen. Om dan met hangende pootjes na 5 minuten terug te komen (zonder pokerface), en gewoon verder te doen. De PJ… ik heb afgezien met hem, maar hij ook met mij, denk ik zo. Revalideren is steeds wat verder over grenzen gaan, zonder te ver te gaan. En in het echte leven, is dat eigenlijk net zo. 2 oktober 2019 volgde een 2de Biodex meting. BAM… symmetrie! De hamstrings zijn links en rechts gelijk! Naild it! Een laatste MRI volgde in december: de knie is volledig in orde.
2020: mijn knie is in orde! Ik sta er weer!
Maar… waar sta ik weer?! Ik heb geen ploeg meer in de club waar ik speelde. Euhm… ik heb bijna 3 jaar gerevalideerd en geknokt om weer te mogen basketten. En nu… wat moet ik nu. Ik heb nog steeds honger in den appelsien. Maar hoe krijg ik dat gecombineerd met mijn leven? Durf ik nog wel roeffelen onder’t kot? Mijn sportzak was gescheurd. Begin mei 2020 gooide ik hem weg. Die dag was ik niet meteen het aangenaamste gezelschap in huis. Besliste ik toen dat ik niet meer zou spelen? Is de keuze al gemaakt?

En nu ben ik uitgeblust. Dan zeggen ze dingen als “ga iets doen wat je graag doet, waarbij je je zinnen kan verzetten”. Maar als dat niet basketbal is, wat dan wel? Naar dat antwoord ben ik op zoek…
🎶 De mooiste verliezers 🎶 van BlØf
🎶 The logical song 🎶 van Roger Hodgson